U bevindt zich hier: Home Theo Thijssen In politiek en vakbeweging Jeff Lafranca
Jeff Lafranca

Jeff Lafranca

Als klein Jordaneesje speelde Theo Thijssen (geboren in 1879) al vaak op het ‘land buiten de Raampoort’ en slenterde hij over het Slatuinenpad. In zijn allereerste onderwijzersjaren woonde hij – met zijn moeder, broers en zussen – in de pasgebouwde Hugo de Grootbuurt en Kinkerbuurt, ooit zijn romantische speelterrein. En toen hij trouwde, ging hij met zijn Jo in de gloednieuwe De Clercqstraat wonen. Nog steeds met zicht op de Westertoren, dat wel. In de eerste dertig jaren van zijn leven zag Thijssen de wijk die we nu Oud-West noemen veranderen van platteland in woonbuurten. In zijn ‘echte’ jeugdherinneringenboek In de ochtend van het leven heeft hij het er nauwelijks over, maar in zijn roman Kees de jongen en zijn kinderboekJongensdagen maakt Thijssen geen geheim van zijn vroege fascinatie voor de westelijke stadsrand, aan het eind van de 19de eeuw. Toen Thijssen geboren werd, was de bouw van het zuidelijke deel van de Kinkerbuurt net begonnen. Het huis Jacob van Lennepstraat 14, waar zijn grootouders Thijssen van 1885 tot 1887 woonden, was al in 1878 gebouwd; als zeven-, achtjarige zal ‘Do’ er meermalen op visite zijn geweest. Maar in de wat noordelijker gelegen delen van de buurt kwam de bouw pas in de jaren na 1880 goed op gang. Omstreeks 1888, 1889 was bijvoorbeeld het terrein nét buiten de Raampoort aan het eind van de Bloemgracht (de huidige Hugo de Grootbuurt) nog steeds grotendeels een gebied met veel poldersloten en paadjes, kleine bloemisterijen, opslagloodsen en nog tientallen koren-, krijt- en houtzaagmolens. In letterlijke zin misschien geen platteland meer, maar verre van stads. Juist door die combinatie van weidsheid en rommeligheid was het een ideaal speelterrein. Maar dat veranderde pijlsnel. De Van Oldenbarneveltstraat lag er al sinds 1883, meteen achter de Nassaukade (voorheen Buitensingel), die al in 1881 die naam kreeg, maar pas rond 1890 werd bebouwd. In de tien jaar daarna werd het hele gebied westwaarts volgebouwd en verdwenen alle molens, behalve De Otter aan de Kostverlorenvaart en de Gilles van Ledenberchstraat, de voormalige Achterweg. De snelle verandering zien we in Jongensdagen, dat speelt omstreeks 1892. Hoofdpersoon Ko, zo’n dertien jaar, speelt in dat verhaal op het land buiten de Zaagpoort, aan het eind van de Westerstraat – dichterbij zijn nieuwe huis op de Brouwersgracht. Maar dat is dan al geen landelijk molengebied meer, maar een vlakte vol bouwzand, waarop kort daarop het Frederik Hendrikplantsoen zal verrijzen. Maar tamelijk ongerept bleef nog tientallen jaren het poldergebied aan de overkant van de Kostverlorenvaart: ‘de Baarsjes’ en ‘de Slatuintjes, waar romanheld Kees vaak schilders bezig zag. Pas in 1927 verdween bijna het hele Slatuinenpad (van de Baarsjesweg naar Sloterdijk) voor de aanleg van de Willem de Zwijgerlaan. In 1898 doekte de weduwe Thijssen haar kruidenierszaakje op de Brouwersgracht op en betrok met haar kinderen, een “goedkoop bovenhuisje” in de nieuwe Van Houweningenstraat. Vandaar verhuisde het gezin in 1901 naar de zuidelijker Kinkerbuurt: de Kanaalstraat, de Hasebroekstraat (1904) en de Bellamystraat, hoek Bellamyplein (1906). In het najaar van 1906 trouwde Theo Thijssen met oud-collega Jo Zeegerman, handwerkonderwijzeres. Ze betrokken het net opgeleverde huis De Clercqstraat 66 eenhoog. Helaas overleed Jo al twee jaar later, en na zijn tweede huwelijk in 1909 verhuisde Thijssen naar Amsterdam-Oost, waar hij de rest van zijn leven bleef. In de tentoonstelling laten we de wording van Oud-West zien met behulp van foto’s, prenten en oude plattegronden, begeleid door teksten van Theo Thijssen. Pronkstuk is de grote kleurige bouwtekening van het huizenblok in de De Clercqstraat waar Thijssen woonde en waar hij in 1908 het eerste fragment van Kees de jongen schreef. Bouwe Olij, stadsdeelvoorzitter van Oud-West, schonk het ons op 27 september.

dinsdag, 31 maart 2015 09:46

Kees ingekaderd *juli-september 2012

Het zal geen Thijssenfan ontgaan zijn: nadat Kees de jongen in 2003 verfilmd werd, is de roman verschenen als beeldroman. Een fenomenale prestatief, geleverd door de zeer veelzijdige tekenaar Dick Matena. Het Theo Thijssen Musem geeft een kijkje in zijn keuken. Wat gebruikte hij als visuele documentatie? Hoe deelde hij zijn pagina’s in? Hoe zagen de eerste schetsen eruit? We tonen daarvan een aantal mooie voorbeelden. Dick Matena (geboren in 1943) heeft als strip-tekenaar een indrukwekkende staat van dienst. Als 17-jarige trad hij in 1960 als vrijwilliger in dienst bij de studio van Marten Toonder (geestelijk vader van Heer Bommel en Tom Poes) en ontwikkelde zich tot de rechterhand van de oude meester. Zijn eer- ste strip (meteen al op hoog niveai) was De Argonautjes, van 1968 tot 1973 verschenen in weekblad Pep – nog in een cartooneske stijl die aan die van Astérix-tekenaar Uderzo deed denken. In de loop der jaren werd zijn stijl realistischer.

Op één na schreef Theo Thijssen al zijn boeken voor volwassenen. (Nee, Kees de jongen is géén kinderboek!) Toch heet de ‘P.C. Hooftprijs voor de jeugdliteratuur’ sinds 1987 de Theo Thijssenprijs. Dat is minder vreemd dan het lijkt. Al sinds zijn puberjaren zette Thijssen door zijn felle kritieken op net verschenen boeken, zijn meer algemene beschouwingen en zijn eigen Jongensdagen (1909) een nieuwe standaard neer voor goede jeugdliteratuur. Toen de jonge Thijssen, destijds nog leerling van de Rijkskweekschool in Haarlem (de Pabo van toen) zich mengde in de discussie over goed leesvoer voor de jeugd, was bijna iedereen het er over eens dat boeken voor kinderen (pubers incluis) allereerst hoogst opvoedend moesten zijn. In dat licht werden de juist door die pubers verslonden avonturenromans van Jules Verne, Kapitein C. Marryatt, Gustave Aimard en Gabriel Ferry (voorlopers van Karl May) met al hun moord en doodslag als hoogst verderfelijk afgeserveerd. In zijn eigen blad De Nieuwe School ging Theo Thijssen daar in 1909 met veel plezier tegenin.

De grachtengordel bestaat 400 jaar en dat zullen we weten ook. Maar in het gemeentelijk propagandacircus wordt nauwelijks gerept van het feit dat de Jordaan even oud is! Daar willen we wat aan doen. En wel door nu eens te belichten wat die twee zo verschillende buurten in die vier eeuwen met elkaar te maken hadden. Eeuwenlang lagen de rijkste en de armste buurt van Amsterdam pal naast elkaar. Toch leken het tot voor kort sociaal geheel gescheiden werelden. Maar contact was er toch, op vele manieren. Ook binnen beide buurten bestonden meer sociale verschillen dan buitenstaanders vermoeden. In de Jordaan woonden niet alleen paupers en de grachtengordel was niet overal even deftig. De Goudsbloemgracht was een van de goorste stukjes van de Jordaan. In 1854 werd ze gedempt en drie jaar later ging ze Willemsstraat heten, op initiatief van de Vereenniging ten Behoeve der Arbeidende Klasse, onder leiding van de sociaal voelende bankier C.P. van Eeghen.

dinsdag, 03 maart 2015 16:35

Nederland leest

Op 19 oktober 2008 begon de tweede campagne Nederland Leest van de CPNB (stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek).. Het jaar daarvoor stond daarin Dubbelspel van Frank Martinus Arion centraal, ditmaal is gekozen voor Thijssens De gelukkige klas. Dit boek werd een maand lang gratis aangeboden aan bibliotheekleden, maar de CPNB en de bibliotheken lieten het niet bij uitdelen. Ze organiseerden ook allerlei activiteiten rond het boek. Journaalpresentator Philip Freriks trad op als ambassadeur van de campagne, die duurde tot en met 16 november. 

Foto's Nederland Leest

Het plein bij de bibliotheek van Amsterdam wordt omgedoopt tot Theo Thijssen plein. Actie 'Nederland leest', 15 november 2008.
Opening actie 'Nederland Leest', oktober 2008 in Kon. Bib. Den Haag, vlnr 'ambassadeur' Philip Freriks, minister Ronald Plasterk, essayschrijver Jan Siebelink en kleindochter Rik Thijssen.
Okt 2008: ten stadhuize krijgen B&W van Amsterdam een geschenkexemplaar van 'De Gelukkige Klas' aangeboden. Foto Chris van Houts
Het bord van de Theo Thijssentrein wordt na afloop van de actie 'Nederland Leest' aangeboden aan de directeur va het Theo Thijssenmuseum, Jan Carmiggelt.
Phillip Freriks bij de start van de Theo Thijssen trein.

 

 

 

Pagina 12 van 16

CITAAT VAN DE MAAND

"Jarenlang heb ik het stilgehouden, de jongen uit het oliewinkeltje. () Zijn moeder was een ongetrouwde juffrouw, maar hij had een erg aardige oom, die dikwijlss avonds in het kamertje achterhet oliewinkeltje kwam zitten. En dan dronken ze een glaasje pons of zo, en hij, Ferdinand, kreeg ook een glaasje, met een beetje veel water er bij.  ()
Na een ruzieavond is de oom weggebleven, en toen kwam er een nette kommensaal, die aanspreker was. Het was in de influenzatijd* en de aanspreker verdiende grof geld.

 (De jongen uit het oliewinkeltjes, in: De Nieuwe School juli 1910, herdrukt de bundel Egeltje, 1929.) 

*Thijssen bedoelt waarschijnlijk de griepepidemie in de winter van 1889-1890.

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie