U bevindt zich hier: Home Het Museum Museumwinkel Jeff Lafranca
Jeff Lafranca

Jeff Lafranca

dinsdag, 03 maart 2015 16:21

Een standbeeld voor Theo Thijssen

Eigenlijk begint de voorgeschiedenis van ons museum nog eerder dan de oprichting van de Stichting Theo Thijssen in 1987. Drie van de oprichters (Hans Bayens, Rob Grootendorst en Thijs Wierema) werkten namelijk al samen in 1979. Uitgever Geert van Oorschot en beeldhouwer Hans Bayens bedachten toen dat het hoog tijd werd dat Theo Thijssen een standbeeld kreeg. (Bayens had al eerder de Titaantje van Nescio vereeuwigd, in het Oosterpark; Multatuli op de Torensluis volgde later.)  Van Oorschot vormde een Theo Thijssen Comité om het benodigde geld bijeen te halen, met Simon Carmiggelt, Remco Campert, Gerben Hellinga en Rob Grootendorst. De laatste was een jonge neerlandicus die drie jaar eerder een boekje over Thijssen had geschreven in de door Wierema geredigeerde en door Bas Lubberhuizen uitgegeven Kwartaaltijdschrift De Engelbewaarder.
Nu verzorgden Grootendorst, Wierema en Lubberhuizen een nieuwe, bibliofiele uitgave  ter financiering van het beeld: De liefde van Kees de jongen met alle Rosa Overbeek-passages uit de roman, geïllustreerd door Bayens. 
Op 16 juni 1979 (Thijssens 100ste geboortedag) werd het beeld onthuld door burgemeester Wim Polak, zelf een groot Thijssenfan. 

dinsdag, 03 maart 2015 16:19

Dag van de Zwembadpas

Voor velen geldt zaterdag 16 juni 2001 als het hoogtepunt van tien jaar Theo
Thijssen Museum: de Dag van de Zwembadpas. Wat in het rokerige cafe ’t Smalle begon als een leuke grap (‘we zien wel waar het schip strandt’) mondde dankzij ons brede  Zwembadpasmité uit in een geweldige manifestatie, die honderden belangstellenden uit het hele land deed afreizen naar Westerkerk en Westermarkt.
Na een overstelpende voorpubliciteit liep de Westerkerk die zaterdagmorgen al gauw voller dan vol. Te genieten viel er veel: tranen met tuiten lachen om de mimische illustratie door Rob van Reyn bij het lezen van de zwembadpaspassage door Hans Dagelet, een historisch-topografisch exposé (en driewerf hoera voor de jarige Thijssen) van Ons Amsterdam-hoofdredacteur Peter-Paul de Baar, opnieuw hilariteit rond de literaire sportboekleestips van Matthijs van Nieuwkerk aan Theo Thijssen,  tamelijke ernst bij het onderwerp ‘De opkomst van de Turnbeweging rond 1890’ (sportsocioloog Ruud Stokvis), lachsalvo’s bij de quasi-droge lezing van bewegingswetenschapper Piet van Wieringen over de ergonomie van de Zwembadpas, gepaste aandacht voor (opnieuw) Hans Dagelet over de dramaturgie van de Zwembadpas en prachtige vioolmuziek van Vera Beths. En dan nog de wereld-première van het Lied van de Zwembadpas van en door Rick de Leeuw, die dat later buiten nog eens dunnetjes overdeed.
Met bakken kwam de regen naar beneden toen om twee uur het middagprogramma begon op de Westermarkt. Maar de honderden belangstellenden wachtten tot het droog was en konden toen genieten van de Eerste Nederlandse Zwembadpaskampioenschappen, met muzikale omlijsting van het Willem Breuker Kollektief en (opnieuw) Rick de Leeuw en zijn Tröckener Kecks.
Een voorbeeldige dag, die menigeen deed verzuchten dat er toch nog veel goeds schuilt in de mensheid. Het ging nergens over, maar wat hebben we een plezier gehad!

{youtube}gQ176ZVCVEo{/youtube}

 

dinsdag, 03 maart 2015 15:30

Jaarrekening

dinsdag, 03 maart 2015 15:28

Informatie ANBI status

ANBI

De stichting is door de belastingdienst aangemerkt als Culturele ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling). Hierdoor genieten de donateurs een extra giftenaftrek bij het opstellen van de Inkomstenbelasting aangifte.

Het fiscaalnummer van de stichting is 8036.63.377.

Voor het verslag van de activiteiten en de financiële verantwoording verwijzen wij naar de meest recente jaarrekening: Jaarrekening 2019

De meest recente versie van het beleidsplan vindt u hier: Beleidsplan 2020-2021

Statutaire doelstelling

Uit artikel 2

De stichting heeft tot doel het levend houden van de gedachtenis aan de schrijver Theo Thijssen, alsmede het instandhouden en bevorderen van de belangstelling voor zijn oeuvre, alles in de meest ruime zin des woords. De stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door: De exploitatie van een museum in het geboortehuis, mede mogelijk door de inzet van zo'n twintig vrijwilligers. Het uitgeven van boeken, brochures en een periodiek bulletin. Het organiseren van Theo Thijssen wandelingen door de Jordaan. Naast de permanente tentoonstelling over leven en werk van Theo Thijssen worden er jaarlijks een wisseltentoonstelling ingericht, in 2016: - “Zij had een soort hoogheid”. Theo Thijssen en de vrouwen.

Inkomsten

De stichting heeft inkomsten nodig om haar doelstellingen te kunnen bereiken. De inkomsten bestaan uit: - donaties van vrienden van het museum. - giften, jaarlijks (waaronder giften uit lijfrenteschenkingen) incidenteel, al of niet met een bepaald doel. - inkomsten uit entreegelden, wandelingen en verkopen van boeken en prenten etc. - legaten en erfenissen. - rente

Beheer van het vermogen

Het vermogen van de stichting dient voldoende groot te zijn om liquiditeitsproblemen en exploitatie tekorten op te kunnen vangen. De penningmeester voert het beheer en brengt per kwartaal een exploitatieoverzicht uit. Aan het eind van het jaar stelt hij de jaarrekening op. Al deze bescheiden worden in het bestuur besproken en vastgesteld. De beleggingen dienen alleen op een renterekening te worden ondergebracht.

Besteding van het vermogen

Bij het besteden van het vermogen dient er rekening mee te worden gehouden dat de continuïteit van het museum voldoende verzekerd is. Het minimale "continuïteit" bedrag dient zo groot te zijn als de drie jaarlijkse optelling van de vaste lasten van het museum.

Beloningsbeleid

Bestuur en suppoosten zijn allen vrijwilligers die geen beloning genieten.

dinsdag, 03 maart 2015 15:26

In memoriam Rob Grootendorst

Op woensdag 25 februari 2000 overleed onze voorzitter, mede-oprichter en vriend prof.dr. Rob Grootendorst, pas 56 jaar oud. Een klein jaar geleden werd ontdekt dat hij kanker had. Twee zware therapieën mochten niet meer baten. Dinsdag 29 februari is Rob gecremeerd op de Nieuwe Oosterbegraafplaats, waar op 28 december 1943 Theo Thijssen werd begraven.
Het werk van Theo Thijssen was een van de grote liefdes in Robs leven. Al sinds 1970 was hij er in zijn vrije tijd op allerlei manieren intensief mee bezig. In het genoemde jaar, halverwege zijn studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam (hoofdrichting: Taalbeheersing), schreef hij voor zijn bijvak Moderne Letterkunde) een zogeheten kleine scriptie over 'De waarderingsgeschiedenis van Theo Thijssens literaire werk'; hij werkte die een jaar later om tot een artikel in het literaire blad Tirade met de prachtige titel 'Kees de jongen en de Grote Pers'. Ook in 1970 maakte hij met jeugdvriend Marten Scholten een selectie uit Thijssens literaire schetsjes: Meneer-zelf komt een uurtje en andere verhalen</i>. Voor het (in 1975 opgerichte) Kwartaaltijdschrift De Engelbewaarder  stelde hij in 1976 het deel over Theo Thijssen samen, met teksten van Thijssen, maar ook een biografische schets van 32 bladzijden, die tot op de dag van vandaag de meest omvattende levensbeschrijving van Thijssen vormt. Toen uitgever Geert van Oorschot in 1979 (100 jaar na Thijssens geboorte) het initiatief naam voor een standbeeld voor de schrijver, werd Grootendorst secretaris/penningmeester van de Theo Thijssen Comité dat de benodigde f 70.000 bijeenhaalde. Het prachtige beeld werd gemaakt door Hans Bayens, die op zijn beurt in 1987 zorgde voor een gevelsteen in Thijssens geboortehuis, Eerste Leliedwarsstraat. Tijdens de voorbereiding voor de onthulling hiervan ontstond het plan voor een Theo Thijssen Museum in dit huis. Tot dit doel werd in september 1987 de Stichting Theo Thijssen opgericht, met Grootendorst als bevlogen voorzitter. Na veel geharrewar (de gemeente wilde het pand slopen) kwam dit museum werkelijk tot stand; op 11 maart 1995 werd het door burgemeester Patijn geopend. Intussen schreef Grootendorst (met Peter-Paul de Baar en Jan Roedoe) Het Amsterdam van Theo Thijssen  (1988) en begon met De Baar aan de 'bezorging' van het Verzameld werk van Theo Thijssen. Deel 1 verscheen in december 1993 (bij de uitgevers Thomas Rap en Athenaeum-Polak & Van Gennep); gelukkig heeft hij de verschijning van deel 4 (juni 1999) nog mogen meemaken.
Met Rob Grootendorst verliest de Stichting Theo Thijssen niet alleen een "geboren Thijssen-fan" (zoals hij zichzelf spottend noemde naar analogie van de "geboren postzegelverzamelaar" Kees Bakels alias Kees de jongen), maar ook een geboren voorzitter: steeds opgewekt,  stimulerend, deskundig, en als leider van onze vergaderingen informeel en efficiënt tegelijk; een samenbindende kracht bij uitstek.
Wij zullen hem verschrikkelijk missen, als voorzitter, maar vooral als vriend.
Om met Thijssen te spreken:
"Is hij niet zowat de belangrijkste jongen geweest, die er ooit bestaan heeft?"

PPdB

Pagina 14 van 16

CITAAT VAN DE MAAND

"Jarenlang heb ik het stilgehouden, de jongen uit het oliewinkeltje. () Zijn moeder was een ongetrouwde juffrouw, maar hij had een erg aardige oom, die dikwijlss avonds in het kamertje achterhet oliewinkeltje kwam zitten. En dan dronken ze een glaasje pons of zo, en hij, Ferdinand, kreeg ook een glaasje, met een beetje veel water er bij.  ()
Na een ruzieavond is de oom weggebleven, en toen kwam er een nette kommensaal, die aanspreker was. Het was in de influenzatijd* en de aanspreker verdiende grof geld.

 (De jongen uit het oliewinkeltjes, in: De Nieuwe School juli 1910, herdrukt de bundel Egeltje, 1929.) 

*Thijssen bedoelt waarschijnlijk de griepepidemie in de winter van 1889-1890.

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie