U bevindt zich hier: Home Het Museum De mensen van het museum Jeff Lafranca
Jeff Lafranca

Jeff Lafranca

zondag, 01 maart 2015 16:14

Stichting Theo Thijssen

De Stichting Theo Thijssen werd opgericht op 9 september 1987, door Rob Grootendorst, Peter-Paul de Baar en Jan Roedoe.

De stichting stelt zich ten doel: het levend houden van de nagedachtenis van de schrijver Theo Thijssen alsmede het instandhouden en bevorderen van de belangstelling voor zijn werk, alles in de meest ruime zin des woords.

De stichting tracht haar doel te bereiken door:

  • het realiseren en in standhouden van een Theo Thijssen Museum
  • het verrichten van historisch onderzoek
  • het (doen) samenstellen en uitgeven van publicaties
  • alle andere wettige middelen die tot het doel van de stichting bevorderlijk zijn.

In de praktijk komt dat laatste vooral neer op de organisatie van evenementen, het meewerken aan gedenktekenen voor Thijssen in de breedste zin, en het verstrekken van informatie aan derden. Zie de hoofdstukken 'MUSEUM' (paragraaf 'historie') en 'BIJZONDERE ACTIVITEITEN' op deze site.

Het bestuur van de Stichting Theo Thijssen bestaat op dit moment uit: 

  • Rob de Klerk, secretaris. Hij was als econoom verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, het laatst als directeur van het Onderwijsinstituut voor Pedagogiek en Onderwijskunde.
  • Dr. Bernard Kruithof, voorzitter. Hij was als historicus/pedagoog/socioloog werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam tot eind 2016. 
  • Jack van Dongen, penningmeester. Van Dongen was tot 2006 'controller' bij WPG Uitgevers.
  • Rik Thijssen, bestuurslid en mede-oprichter. Tot 2012 onderwijzeres in Amsterdam-Nieuw-West. Kleindochter van Theo Thijssen. 
  • Peter-Paul de Baar, bestuurslid, mede-oprichter en tot maart 2005 secretaris. Hoofdredacteur maandblad Ons Amsterdam. Hij werkt aan een biografie van Theo Thijssen. 
  • Dennis Bos, bestuurslid. Studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, schreef een proefschrift over de geschiedenis van de vroege socialistische beweging in Amsterdam in de tweede helft van de negentiende eeuw. Hij werkt vanaf 2005 als universitair docent aan de Universiteit van Leiden. 
  • Tessel Dekker, bestuurslid. Afgestudeerd in geschiedenis en kunstgeschiedenis, en momenteel freelance tentoonstellingsmaker met een voorliefde voor negentiende-eeuws Amsterdam. 

Meer informatie kunt u krijgen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

woensdag, 11 februari 2015 00:43

De mensen van het museum

Een groot aantal mensen zet zich in voor het museum, als vrijwilliger als bestuurslid, als wandelgids, of als vormgever.

Vrijwilligers

Het museum is er dankzij de vrijwilligers die het open houden door bij toerbuurt als gastheer/gastvrouw op te treden tijdens de openingsuren. Vanaf 1995 zijn dat er al een flink aantal geweest.  Op dit ogenblik zijn het: Miep van Berkestijn, Els Broeksma, Ineke Dijk, Trudy Franc, Annemarie Fritschy, Laila de Greef, Aafke Gorter, Hans Huijboom, Ronald Jansen, Fenny Kattouw, Peter van der Klein, Jan van der Maas, Aafke van der Mey, Bas Moll, Henk Noorland, Hester Poppinga, Ellen Regenhardt, Thea Stornebrink, Marianne Thomassen en Maggie Vonk

Directie

Achtereenvolgens berustte de coördinatie bij vijf directeuren (tevens bestuursleden): Thijs Wierema (1995-1998; tevens bestuurslid 1987-2013), Hans Stoovelaar (1998-2001), Jan Carmiggelt (2001-2012), Cees Hageman (2012-2016), Rob de Klerk (sinds 2017-2019), Cees Broers (2019-2021) en Josee Duurland (2021-2022), interim directie Bernard Kruithof & Rob de Klerk.

Vormgevers

En dan hebben we nog de achtereenvolgende vormgevers van ons Theo Thijssen Bulletin: Hans Labordus, Fred Zurell, Janny van Zee-Kootstra, Yew Kee Chung en Lisa Wiersma. We zijn hen allemaal innig dankbaar. En van onze expositiedoeken: eerst Theo Stapel, later Lisa Wiersma en daarna Maria Wiersma. 

Ook u kunt vrijwilliger worden! Wilt u daar eens over praten? Stuur een mail naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

woensdag, 11 februari 2015 00:39

Volgende tentoonstelling

De volgende tentoonstelling, Lastpakken voor de klas, gaat over eigenwijze onderwijzers in de tijd van Thijssen en zal openen in de loop van 2022.

Theo Thijssen was niet alleen een groot schrijver en een geboren onderwijzer, maar ook werd hij van jongs af aan gedreven door een stevig maatschappelijk engagement, weliswaar gereguleerd door de nuchterheid van de praktijkman. Uiteindelijk werd hij zelfs beroepspoliticus.

Over dit alles ging deze tentoonstelling, die werd geopend door Gerdi Verbeet, oud-voorzitter van de Tweede Kamer en voormalig lerares.

Theo Thijssen (1879-1943) geldt als schoolvoorbeeld van de ‘rode schoolmeester’. Maar zo eenvoudig is dat niet. Zelf uit een ‘rood nest’, moest Thijssen toen hij in 1898 voor de klas kwam staan, niks hebben van de spraakmakende socialistische onderwijzers van toen: fanatieke scherpslijpers! Maar ook hij maakte zich kwaad over de sociale ellende die hij dagelijks zag. Dus werd ook Thijssen uiteindelijk lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Opstandig was hij steeds al, vooral tegen uiteenlopende pedagogische autoriteiten. Maar ook liep hij als jong onderwijzer al meteen aan tegen de ‘sociale quaestie’: de talenten van zijn beste leerlingen bleven onuitgewerkt, omdat ze arme ouders hadden of onverschillige onderwijzers. Gelijkwaardige ontwikkelingskansen voor arm en rijk: dát was voor Thijssen de kern van zijn socialisme. Daarvoor zette hij zich in als onderwijzer, journalist, vakbondsman en volksvertegenwoordiger.

dinsdag, 10 februari 2015 22:56

De familie Thijssen

In de overvolle woonkamer achter de schoenwinkel van haar man Sam, Eerste Leliedwarsstraat 16 in de Amsterdamse Jordaan, baarde Alida Thijssen-Fieggen (21) op donderdag 16 juni 1879, om half drie 's middags een welgeschapen zoon. Toen de 26-jarige vader, Samuel Jan Thijssen, hem twee dagen later ten stadhuize aangaf bij de burgerlijke stand, kreeg de boreling de namen Theodorus Johannes, naar zijn grootvader van vaderskant.

Die grootvader was geen geboren Amsterdammer. Opa Thijssen (schoenmaker, 61 jaar, Runstraat 25) was getuige, tezamen met de andere opa, Hendrik Ernst Fieggen (timmerman, 56 jaar, Vinkenstraat). 
In 1817 was opa Thijssen (Theodorus Johannes Thijssen sr) in Arnhem geboren, net als zijn ouders, die een 'tapperij' dreven. Ook hun wederzijdse ouders kwamen uit Arnhem en omgeving. Wanneer Theo Thijssens aanstaande opa precies van Arnhem naar de hoofdstad verhuisde, is niet geboekstaafd. In ieder geval woonde hij er al toen hij, 32 jaar oud en schoenmaker van beroep, in augustus 1850 trouwde met de zes jaar jongere Jacoba Kluit, dochter van een groenteman in de Amsterdamse Peperstraat. Beiden waren volgens de huwelijksakte lidmaat van de Nederduits Hervormde Kerk. Het jonge paar ging wonen op de Leidsegracht. Ze kregen drie kinderen; de oudste, geboren in februari 1853, noemden ze Samuel Jan oftewel Sam. Blijkens een door zijn nazaten bewaard militair zakboekje, trad Sam toen hij pas vijftien jaar was in militaire dienst, "vrijwillig geëngageerd voor 10 jaar als kanonnier bij het 2e regiment Vesting-artillerie." Zijn toenmalige lengte werd ook nauwkeurig opgemeten: 1,60 meter. Maar hij groeide snel: volgens datzelfde boek was hij "bij intrede van zijn 19e jaar" al 1,87 meter. Hij had rood haar, een breed voorhoofd, bruine ogen, een kleine neus, een kleine mond en verder geen "merkbare tekenen". Kort na zijn 17de verjaardag werd hij bevorderd tot korporaal-titulair. "Ja, hij is korporaal geworden," vertelde mij Sams kleinzoon Theo jr., "niet omdat hij zo'n echte militair was, maar hij kreeg dan als-ie dat examen had gedaan dertig gulden. Dus als-ie afzwaaide kon-ie meteen een winterjas kopen." Theo jr heeft zijn vaders vader nooit gekend; hij hoorde het waarschijnlijk van zijn grootmoeder. Maar het is inderdaad niet onwaarschijnlijk dat Sam Thijssens aanvankelijke keuze voor een militaire loopbaan vooral door economische motieven werd bepaald. 
Sam Thijssen heeft de tien jaar waarvoor hij in 1868 getekend had niet volgemaakt, om welke reden dan ook. De laatste aantekening in zijn militaire zakboekje dateert uit december 1873, toen het aan hem werd afgegeven. Kennelijk zwaaide hij toen af. Bijna drie jaar later, in november 1876, verliet hij de ouderlijke woning op de Leidsegracht en betrok een huurkamer op de Blauwburgwal; het bevolkingsregister noteerde nog geen beroep bij die verhuizing. Dat gebeurde wel in april 1878, toen hij naar Gerard Doustraat 64 verhuisd, in wijk YY, een nieuwe arbeidersbuurt die al gauw om nooit helemaal opgehelderde redenen de Pijp genoemd werd. Toen was Sam in ieder geval al schoenmaker. En, minstens zo interessant: tegelijk verhuisde naar dat adres de net 20-jarige dienstbode Alida (Aal) Fieggen, dochter van timmerman Hendrik Ernst Fieggen uit de Vinkenstraat. Een maand later, op 16 mei 1878, trouwden ze. Een maand of vier later (afgaand op het eindresultaat) zal Aal Thijssen-Fieggen zwanger zijn geraakt. Dát was vermoedelijk het sein om te verhuizen naar een íets grote woning. In februari 1879 betrokken ze de begane grond van Eerste Leliedwarsstraat 16.
Ze waren bepaald niet de enige bewoners van het pand. In totaal woonden er in juni 1879, toen hun eerste kind geboren werd, 22 mensen. Behalve de familie Thijssen waren dat een timmerman met zijn vrouw, nòg een timmerman met zijn vrouw en dochter, een boekbinder met twee kinderen, een sigarenmaker met zijn vrouw en drie kinderen, een weduwe met haar nicht, een weduwe met haar dochter en in het keldertje een groenteverkoopster met haar zoon.

Pagina 15 van 16

CITAAT VAN DE MAAND

"Jarenlang heb ik het stilgehouden, de jongen uit het oliewinkeltje. () Zijn moeder was een ongetrouwde juffrouw, maar hij had een erg aardige oom, die dikwijlss avonds in het kamertje achterhet oliewinkeltje kwam zitten. En dan dronken ze een glaasje pons of zo, en hij, Ferdinand, kreeg ook een glaasje, met een beetje veel water er bij.  ()
Na een ruzieavond is de oom weggebleven, en toen kwam er een nette kommensaal, die aanspreker was. Het was in de influenzatijd* en de aanspreker verdiende grof geld.

 (De jongen uit het oliewinkeltjes, in: De Nieuwe School juli 1910, herdrukt de bundel Egeltje, 1929.) 

*Thijssen bedoelt waarschijnlijk de griepepidemie in de winter van 1889-1890.

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie